Glory Through Suffering

Words: Graeme Fife | Date:

De wielergeschiedenis barst van de verhalen over doorzettingsvermogen, wilskracht en pure moed van epische proporties. Het vermogen van wielrenners om elke dag weer tot het uiterste te gaan en de pijngrens te verleggen, plaatst ze in een klasse apart. Zij vinden heldhaftigheid opnieuw uit in de sport. De afstanden zijn enorm, het lijden is inbegrepen en die smelten samen tot een uniek karakter: een schijnbaar goedmoedige onverschilligheid ten opzichte van de pijn die de fiets en de weg toebrengen. Dit alles doordrenkt met een transcendent verlangen om beide te overwinnen.

Het zwaarste gevecht is echter niet fysiek, maar mentaal. De duiveltjes die ons vertellen dat we moeten opgeven kan het zwijgen nooit helemaal worden opgelegd. Ze moeten altijd van repliek gediend worden met een stilzwijgende, standvastige waardigheid die van geen wijken weet. Noem een man niet moedig, zeggen de Spanjaarden, zeg slechts dat hij op een dag moed heeft getoond. Iedere wielrenner die de noodzakelijke moed heeft gehad om niet te buigen, die dag in dag uit zijn waardigheid heeft behouden, die straalt deze mentale kracht uit.

Maar de weg is de echte test van de grenzen van iedere renner. Hoeveel straf kun je aan op de fiets? Dat weet je pas als je de stem in je hoofd hoort zeggen: nee, nee je kan niet meer, nog even en je valt dood neer. En je desondanks, God mag weten waarom, doorgaat. En iedere keer dat het gebeurt, bij heftige tegenwind… op de steile toppen van de Chilterns… de wilskracht vretende afstanden van de Europese monsters, is die ervaring onderdeel van een continuüm, de doorgaande strijd tegen de overgave.

Er staat geen publiek langs de kant om ons gewone stervelingen de cols op te schreeuwen, maar de bergen zijn er nou eenmaal en ze zijn nooit klaar met jou. Hoe vaak je ze ook beklimt, je wint er nooit van: je begint iedere keer weer opnieuw, onderaan. Reputatie brengt je de berg niet op. De fysieke strijd moet telkens weer gevoerd worden. En met elke herhaling groeit de mentale kracht.

De Tourmalet, gehuld in nevel, 2000 meter hoog in de Cirkel des Doods, waar Apo Lazaridès afstapte om op de rest te wachten uit angst voor Pyrenese beren. De beruchte Mont Ventoux, Engelendomein. Col du Galibier, Reus van de Alpen, ’premier cru’ vergeleken bij de ’vin ordinaire’ van de rest. Daar kun je de Tour volgen, de ijle lucht in. Omhoog langs de eindeloze haarspeldbochten, je banden suizend door de asfalt catalogus van Tourrijders die dezelfde weg aflegden.

Lijden is één ding; weten hoe je moet lijden is iets heel anders. Je kijkt naar die duizelingwekkende toppen en denkt bij jezelf: Wat? Daar naar boven? De waanzin ten top… maar met in het vooruitzicht de ervaring van het zwaarste, meest opwindende stuk fietsen dat je ooit zult beleven. De grote uitdaging op twee wielen, de overwinning van volhardendheid over ongeloof.

Want erger dan in de bergen wordt het niet, daar kom je jezelf tegen in het angstaanjagende gebied van extreme fysieke en mentale uitputting. Grote geografische hoogtes, de diepste putten van je ziel. Zelfs de lokale folklore herkent de bizarre krachten die op de wielrenner inwerken en die zijn lot op het spel zet tegen de afschuwelijke hellingen. Hierboven, zeggen ze, huizen de zwartgallige monsters van het ongeluk: de Heks met de Groene Tanden en de Man met de Hamer, klaar om toe te slaan bij het kleinste barstje in het pantser van je volharding. Boemannen die de mysterieuze factoren personifiëren die je zenuwen doen verstijven in het eenzame vooruitzicht van falen.

Daarom hebben we het over heldhaftigheid in wielrennen: het is essentieel.

Het is de ultieme beproeving. De toverspreuken van verdovende verlamdheid in je hoofd wanneer het zich vult met onsamenhangende trivia en alleen je wielen nog enige logica in zich lijken te hebben, omdat ze blijven draaien als de radertjes in de klok van je brein, zolang je maar blijft trappen. Mechanisch stamel je: als de weg doorgaat, kan ik ook doorgaan. Zoals Brian Robinson, de in 1955 als eerste Brit die de Tour de France uitreed tegen zichzelf zei: Ik zag die andere jongens en dacht, ze zijn net als ik – als zij het kunnen, kan ik het ook. Logica waar je niet tegenop kunt argumenteren. Het is simpel: Ik kan niet verder. Ik moet verder. Ik ga verder.

En dan gebeurt het. Net in het sombere stuk waar je dolende brein wordt overgenomen door het idee van opgeven – je gaat door en leert de belangrijkste wielerles die je maar kunt leren, zoals iedere echte wielrenner hem ooit leerde: op deze weg, onder deze dwang, leef je in het moment. Met al je kracht in de intensiteit en de volledigheid van het moment. Ken je een betere definitie van genot?

Toen ik op een snikhete middag de Col de la Core beklom (Eerste Categorie, Pyreneeën) werd ik ingehaald door een lint van Française des Jeux renners. Terwijl hun hekkensluiter voorbij reed, zwaaide hij naar me Courage. We lijden allemaal. Ga door.

Maar als iets zoveel pijn doet, hoe kun je er dan van genieten? Wanneer je op het punt komt dat de fysieke stress je meeneemt voorbij hetgeen je dacht vol te kunnen houden, dan treedt je een nieuwe werkelijkheid binnen, een verruimd psychologisch landschap. De camaraderie van de harde weg zit hem net zo goed in het delen van dat inzicht, als in de lol die je hebt tijdens een rit in goed gezelschap. De fiets is het perfecte vervoermiddel om je door die gangen van verlichting te begeven. Het genot komt wanneer je doorkrijgt wat er eigenlijk in je hoofd en hart gebeurd is. Het houdt niet op als de fiets stopt, als je de top van de col bereikt of je af laat zakken aan het eind van de rit, zo vermoeid dat je bijna niet meer op je benen kunt staan. Daar begint het genot. De zelfkennis.

Achter de glorie ligt de tragiek van de training, het zwoegen op slechte dagen, de marteling van onder je kunnen presteren en de absolute overtuiging dat opgeven nimmer een optie is. Daarin schuilt de heroïek van deze prachtsport, de innerlijke bevrijding die elke wielrenner onvatbaar maakt voor gewone zwakte omdat hij zich bij elke rit blootstelt aan die fatalistische stem; hij kent hem, heeft hem geconfronteerd en zijn angst voor die stem overwonnen, keer op keer op keer.

Share this